Hoera, wij mogen rekenen!

Traditioneel rekenen op een realistische manier.

Al enige tijd is er regelmatig aandacht voor de achteruitgang in de rekenvaardigheid in Nederland. Daar kwam onlangs het rapport ‘Peil.onderwijs Rekenen-Wiskunde’ bij, gepubliceerd door de onderwijsinspectie. Op 9 april werd hierover door verschillende instanties bericht. Wat bleek? Veel te weinig leerlingen halen het streefniveau voor rekenen. Het gaat hier om een derde deel i.p.v. het beoogde twee derde deel van onze leerlingen. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat het rekenonderwijs niet het beste in hen bovenhaalt.

Wij, Anneke van Proosdij en Carin Paap, vragen uw aandacht voor een project dat wij eerder dit schooljaar zijn gestart. Dit project is weliswaar nog niet helemaal afgerond, maar laat zulke mooie resultaten zien, dat we dit graag willen delen. Wij denken dat ons project, ‘Hoera, wij mogen rekenen!’, een deel van de oplossing zou kunnen zijn, zeker voor scholen die het lef hebben echt een verandering in te zetten.

Het trieste van bovengenoemd rapport is, dat het de stand van zaken vlak voor de Corona-uitbraak belicht. De NOS meldt ook dat intussen is gemeten wat het effect is van de eerste lockdown: 16% minder leergroei. We durven niet te voorspellen wat het effect van de tweede lockdown daar nog aan toevoegt.

Wij hebben het onderzoeksrapport met aandacht gelezen en herkennen er veel in. Toch zijn wij het met de conclusies niet helemaal eens. Er staan verbeterpunten voor het onderwijs in, maar die lijken ons niet effectief genoeg. Een belangrijk punt lijkt te zijn, dat er goed geschoolde rekencoördinatoren op alle scholen zouden moeten zijn. Maar wat coördineren zij dan? Meer van hetzelfde? Daar lijkt het hier wel op.

Wij zijn van mening dat het anders kan en moet. Ooit was Nederland een land dat hoog aangeschreven stond als het om rekenen gaat. Anderen keken naar hoe wij het deden en volgden ons voorbeeld. En hoewel niet iedereen zich tot een rekenwonder ontwikkelde, kreeg toch iedereen de basis wel mee: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen werden goed ingeoefend en geautomatiseerd. Daarnaast leerde iedereen in ieder geval de belangrijkste breuken en procenten toe te passen. Inmiddels doen leerlingen dit allemaal nog steeds, maar lijken ze er steeds minder van te begrijpen. En we weten allemaal: hoe minder je ergens van begrijpt, hoe minder je ermee kunt.

Wij zijn, na de eerste lockdown, benaderd door een school met lef: KC Het Veldboeket in Veeningen. Zij hadden met elk van ons ervaring en hebben ons de vraag voorgelegd of wij samen met een plan konden komen om niet alleen de bestaande achterstand weg te werken, maar ook om achterstanden in de toekomst te voorkomen. Dit was het begin van onze samenwerking. Het bleek dat wij, ondanks onze nogal verschillende achtergrond, elkaar in het rekenen goed konden vinden. Zowel qua visie op wat er nodig zou zijn, als qua ideeën betreffende de oorzaken van de achteruitgang.

Wij hebben een plan geschreven en de school gaf groen licht. Begin december gingen we van start, om na ruim een week meteen mee in de tweede lockdown te gaan. Dit heeft onze plannen aardig gedwarsboomd, maar het heeft ons ook uitgedaagd. We hebben creatief gekeken naar mogelijkheden, betrokkenen uitgedaagd en het tijdspad opgerekt. De lessen werden aangepast naar online lessen en uitvallende kinderen kwamen in de ‘bezemgroep’ terecht.

Wat hebben wij dan aangepakt? Allereerst was het van belang de basisvaardigheden bij te spijkeren. Hiervoor hebben we een aanpak gebruikt waarmee leerlingen van groep 5 t/m 8 via tempotraining de essentiële onderdelen van de rekenvaardigheid in blokken hebben doorgewerkt: een stoomsessie, gevolgd door tempo-oefeningen. Groep 7/8 heeft alles doorgewerkt, groep 5/6 de basis. Ondertussen moest de aanpak voor de overige groepen worden uitgesteld tot na de lockdown. Inmiddels hebben de groepen 1 t/m 4 kennisgemaakt met de basisbegrippen uit ons rekenstelsel, de basis van ons decimale stelsel en de eerste beginselen van begrippen als procenten en breuken. In groep 1/2 wordt o.a. gestoeid met even/oneven, erbij/eraf, ruilen, sprongen van 10. In groep 3/4 zijn ze o.a. al niet meer bang voor grote getallen, hoort de komma erbij, is 100% gelijk aan ‘alles’ en is de helft van de helft gewoon een kwart. Groep 5/6 doorloopt de nieuwe leerlijn in hoger tempo en krijgt ook verbanden voorgelegd, die tussen %, breuken en decimalen bijvoorbeeld. Ze halen hun schouders op bij de meeste kommagetallen en kunnen er ook mee vermenigvuldigen. Ze kunnen zelfs begrijpen waarom de komma staat waar hij staat. Ondertussen oefent groep 7/8 gestaag met lange rijen opgaven in uiteenlopende categorieën. Kortom, de nieuwe leerlijn wordt uitgerold.

Wat houdt de leerlijn in? Een logische vraag. Het antwoord is eenvoudig: een opbouwende, cyclische manier van aanbieden van de lesstof, waarbij weer gewoon met papier wordt gewerkt. Allereerst is tellen en rekenen tot 20 van belang, maar verder is de getallenlijn niet echt in beeld. Wel het tientallig stelsel, in de vorm van een winkelstraat met een handvol vaste regels voor zowel de straat als in de winkels. Met een paar dagen oefenen hebben ze de beginselen door en kunnen ze sommen maken die de display van een rekenmachine overschrijden. Het aanbieden gaat speels, met veel herhaling, maar ook met veel uitdaging. Ook bewegen is hierbij een belangrijk onderdeel. Het nu gebruikte pakket is een overgangspakket. Uiteindelijk kan het bijspijkermateriaal een essentieel onderdeel worden van het oefenmateriaal in de lagere klassen. De leerlijn is daarmee in ontwikkeling, maar de basis staat als een huis, of in dit geval, als een winkelstraat.

Hoe zit het dan met de bestaande lesmethodes? Tja, naar ons idee zit daar nu juist het probleem. Ook de inspectie zet inmiddels vraagtekens bij de geschiktheid van de bestaande methodes, zie eerder genoemd rapport. Ooit waren methodes saai en moest de leerkracht er wat leuks van maken. Toen moest het steeds leuker, effectiever, speelser, makkelijker enzovoort. Uitgeverijen probeerden elkaar te overtroeven om maar klanten te krijgen. Vergeet niet, het zijn bedrijven met een winstoogmerk. Zij tonen niet aan dat iets werkelijk werkt, maar pretenderen wel dat hun methode de beste aanpak biedt. Ze weten het ook goed te presenteren. Helaas zien wij dat kinderen de essentie van het rekenen niet meer met samenhang krijgen aangeleerd, waardoor ze eigenlijk een enorme trukendoos vullen waaruit ze een oplossingsstrategie halen die hopelijk werkt. De eenvoud van het rekenen is niet meer helder, het gereedschap is niet geautomatiseerd en de kinderen snappen er onvoldoende van.

Hoe hebben wij besloten dit zo aan te pakken? Dat heeft alles te maken met onze achtergrond. Anneke, van oorsprong logopedist, heeft jarenlang ervaring als Remedial Teacher, van dyslexie tot rekenproblematiek. Vervolgens heeft zij enige jaren gewerkt als rekendocent bij een groot rekeninstituut. Van daaruit heeft zij een eigen rekencursus ontwikkeld. Carin, van oorsprong leerkracht/docent, heeft in Engeland rekenen moeten vormgeven. Engeland kent geen lesmethodes, alleen een curriculum. Scholen maken in principe hun eigen onderwijs en rekenen is nog steeds een probleem. Ze gebruiken meerdere systemen naast elkaar en snappen niet veel van het decimale stelsel. Mensen meten en wegen nog steeds in pounds, ounces, stones, feet, inches en mijlen. De uitdaging was om het zo vorm te geven dat het werkbaar en begrijpelijk werd voor iedereen: de leerlingen én de lesgevenden. Allereerst op de eigen school, maar ook binnen de samenwerkingscluster. Dit was de start van deze leerlijn en het was succesvol. Kinderen pakten het op alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en volwassenen konden aanhaken vanuit hun kennis en ervaring.

Wij pretenderen niet dat wij de enige manier naar beter onderwijs kunnen bieden. Wél denken we dat het een belangrijke bijdrage kan leveren tot een succesvollere rekentoekomst voor heel veel kinderen. Om die reden willen wij zo snel mogelijk een grotere groep mensen bereiken. De nood is hoog en deze methode kan uitkomst bieden. Niet alleen op korte termijn, maar juist ook op lange termijn. Dat vraagt lef, want de bestaande methode wordt niet leidend, maar een zijdelings hulpmiddel. Leerkrachten moeten in eerste instantie flink aan het werk om het lesaanbod aan te passen, maar op termijn is het de moeite waard.

Coördinatoren zouden in scholen met lef het mandaat moeten krijgen de boel echt om te gooien, rigoureus. Wij zijn bereid groepen coördinatoren hierin te begeleiden. Voor scholen in de regio kunnen we de hele school begeleiden. Deze begeleiding omvat het bijspijkeren van groepen, implementeren van de leerlijn en de nodige individuele begeleiding. Hopelijk kunt u hier iets mee en is het mogelijk eens serieus te kijken naar deze optie.

Carin Paap    06-39424630

Anneke van Proosdij   06-54962039 www.maram-onderwijs.nl

%d bloggers liken dit: