+

Kleuters en procenten? Geweldig!

Wie dacht dat kleuters nog geen procenten kennen komt bedrogen uit. Ik heb een heerlijke gastles gegeven waarin de kleuters (combinatiegroep 1/2) lieten zien dat ze meer weten dan velen denken. We zijn al een tijdje bezig met allerlei rekenspelletjes. Erbij, eraf, meer, minder, tellen, sprongen van 10, ruilen als je er 10 hebt, even en oneven, een heel scala aan onderwerpen dus. Het was tijd voor een nieuw begrip: 100% = Alles. Ik had mijn rekentas gevuld met 10 kleine knuffels, mijn 100%.

We hebben gekeken naar wat dat betekent, hoe je het opschrijft en wat je ermee kunt. 100 vinden ze helemaal niet meer zo lastig en symbolen snappen ze best. Een handig voorbeeld was een jongetje of een meisje op een deur, dan weet je waar de WC is. In hun wereld is dat gewoon heel logisch. Plaatjes helpen. Toen hebben we het procent-symbool bekeken. Eigenlijk ook heel logisch, want je neemt alle stukjes van de 100 en schrijft ze gewoon anders op: het streepje schuin en de nullen erlangs, simpel toch? En zo fijn dat iedereen dat dan gewoon snapt, ook als je aan de andere kant van de wereld woont en bijvoorbeeld Chinees of Japans bent. Tja, geen speld tussen te krijgen, dacht ik zo.

En toen vroeg ik natuurlijk of ze dat al vaker gezien hadden. ‘ja hoor juf, op de telefoon’ en ‘bij mij op de tablet, daar staat het ook’. Er ontstond een gesprek over wat het betekent, dat je de oplader aan moet sluiten als het getal erg laag wordt, dat je dan weet of je nog een spelletje kunt spelen, afijn, die slimmeriken hadden prima door hoe ze dit moeten gebruiken.

Op mijn vraag “wat als je hiervan de helft zou willen?” kwam direct het antwoord: “dan neem je gewoon 50”. Natuurlijk, niet iedere kleuter snapt dat echt, maar samen kwamen ze er toch heel goed uit. Ze helpen elkaar met denken, gingen mijn knuffeltjes verdelen over twee tafels en controleerden dit met hun handen. Want daar kun je toch op vertrouwen: twee handen is gewoon lekker 10 vingers, de helft is dan één hand, dus 5 vingers.

Toen ze hoorden dat hun juffen deze procenten vroeger nog nooit als kleuter hadden gezien omdat wij geen tablets en mobiele telefoons hadden, kwamen ze tot de conclusie dat zij toch wel meer geluk hadden dan wij. Niet omdat zij een tablet of telefoon hadden om mee te spelen, nee, omdat zij dit nu lekker al wisten en dus al een beetje voorliepen op de juffen.

+

Hoera, wij mogen rekenen!

Hoera, wij mogen rekenen!

Traditioneel rekenen op een realistische manier.

Al enige tijd is er regelmatig aandacht voor de achteruitgang in de rekenvaardigheid in Nederland. Daar kwam onlangs het rapport ‘Peil.onderwijs Rekenen-Wiskunde’ bij, gepubliceerd door de onderwijsinspectie. Op 9 april werd hierover door verschillende instanties bericht. Wat bleek? Veel te weinig leerlingen halen het streefniveau voor rekenen. Het gaat hier om een derde deel i.p.v. het beoogde twee derde deel van onze leerlingen. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat het rekenonderwijs niet het beste in hen bovenhaalt.

Wij, Anneke van Proosdij en Carin Paap, vragen uw aandacht voor een project dat wij eerder dit schooljaar zijn gestart. Dit project is weliswaar nog niet helemaal afgerond, maar laat zulke mooie resultaten zien, dat we dit graag willen delen. Wij denken dat ons project, ‘Hoera, wij mogen rekenen!’, een deel van de oplossing zou kunnen zijn, zeker voor scholen die het lef hebben echt een verandering in te zetten.

Het trieste van bovengenoemd rapport is, dat het de stand van zaken vlak voor de Corona-uitbraak belicht. De NOS meldt ook dat intussen is gemeten wat het effect is van de eerste lockdown: 16% minder leergroei. We durven niet te voorspellen wat het effect van de tweede lockdown daar nog aan toevoegt.

Wij hebben het onderzoeksrapport met aandacht gelezen en herkennen er veel in. Toch zijn wij het met de conclusies niet helemaal eens. Er staan verbeterpunten voor het onderwijs in, maar die lijken ons niet effectief genoeg. Een belangrijk punt lijkt te zijn, dat er goed geschoolde rekencoördinatoren op alle scholen zouden moeten zijn. Maar wat coördineren zij dan? Meer van hetzelfde? Daar lijkt het hier wel op.

Wij zijn van mening dat het anders kan en moet. Ooit was Nederland een land dat hoog aangeschreven stond als het om rekenen gaat. Anderen keken naar hoe wij het deden en volgden ons voorbeeld. En hoewel niet iedereen zich tot een rekenwonder ontwikkelde, kreeg toch iedereen de basis wel mee: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen werden goed ingeoefend en geautomatiseerd. Daarnaast leerde iedereen in ieder geval de belangrijkste breuken en procenten toe te passen. Inmiddels doen leerlingen dit allemaal nog steeds, maar lijken ze er steeds minder van te begrijpen. En we weten allemaal: hoe minder je ergens van begrijpt, hoe minder je ermee kunt.

Wij zijn, na de eerste lockdown, benaderd door een school met lef: KC Het Veldboeket in Veeningen. Zij hadden met elk van ons ervaring en hebben ons de vraag voorgelegd of wij samen met een plan konden komen om niet alleen de bestaande achterstand weg te werken, maar ook om achterstanden in de toekomst te voorkomen. Dit was het begin van onze samenwerking. Het bleek dat wij, ondanks onze nogal verschillende achtergrond, elkaar in het rekenen goed konden vinden. Zowel qua visie op wat er nodig zou zijn, als qua ideeën betreffende de oorzaken van de achteruitgang.

Wij hebben een plan geschreven en de school gaf groen licht. Begin december gingen we van start, om na ruim een week meteen mee in de tweede lockdown te gaan. Dit heeft onze plannen aardig gedwarsboomd, maar het heeft ons ook uitgedaagd. We hebben creatief gekeken naar mogelijkheden, betrokkenen uitgedaagd en het tijdspad opgerekt. De lessen werden aangepast naar online lessen en uitvallende kinderen kwamen in de ‘bezemgroep’ terecht.

Wat hebben wij dan aangepakt? Allereerst was het van belang de basisvaardigheden bij te spijkeren. Hiervoor hebben we een aanpak gebruikt waarmee leerlingen van groep 5 t/m 8 via tempotraining de essentiële onderdelen van de rekenvaardigheid in blokken hebben doorgewerkt: een stoomsessie, gevolgd door tempo-oefeningen. Groep 7/8 heeft alles doorgewerkt, groep 5/6 de basis. Ondertussen moest de aanpak voor de overige groepen worden uitgesteld tot na de lockdown. Inmiddels hebben de groepen 1 t/m 4 kennisgemaakt met de basisbegrippen uit ons rekenstelsel, de basis van ons decimale stelsel en de eerste beginselen van begrippen als procenten en breuken. In groep 1/2 wordt o.a. gestoeid met even/oneven, erbij/eraf, ruilen, sprongen van 10. In groep 3/4 zijn ze o.a. al niet meer bang voor grote getallen, hoort de komma erbij, is 100% gelijk aan ‘alles’ en is de helft van de helft gewoon een kwart. Groep 5/6 doorloopt de nieuwe leerlijn in hoger tempo en krijgt ook verbanden voorgelegd, die tussen %, breuken en decimalen bijvoorbeeld. Ze halen hun schouders op bij de meeste kommagetallen en kunnen er ook mee vermenigvuldigen. Ze kunnen zelfs begrijpen waarom de komma staat waar hij staat. Ondertussen oefent groep 7/8 gestaag met lange rijen opgaven in uiteenlopende categorieën. Kortom, de nieuwe leerlijn wordt uitgerold.

Wat houdt de leerlijn in? Een logische vraag. Het antwoord is eenvoudig: een opbouwende, cyclische manier van aanbieden van de lesstof, waarbij weer gewoon met papier wordt gewerkt. Allereerst is tellen en rekenen tot 20 van belang, maar verder is de getallenlijn niet echt in beeld. Wel het tientallig stelsel, in de vorm van een winkelstraat met een handvol vaste regels voor zowel de straat als in de winkels. Met een paar dagen oefenen hebben ze de beginselen door en kunnen ze sommen maken die de display van een rekenmachine overschrijden. Het aanbieden gaat speels, met veel herhaling, maar ook met veel uitdaging. Ook bewegen is hierbij een belangrijk onderdeel. Het nu gebruikte pakket is een overgangspakket. Uiteindelijk kan het bijspijkermateriaal een essentieel onderdeel worden van het oefenmateriaal in de lagere klassen. De leerlijn is daarmee in ontwikkeling, maar de basis staat als een huis, of in dit geval, als een winkelstraat.

Hoe zit het dan met de bestaande lesmethodes? Tja, naar ons idee zit daar nu juist het probleem. Ook de inspectie zet inmiddels vraagtekens bij de geschiktheid van de bestaande methodes, zie eerder genoemd rapport. Ooit waren methodes saai en moest de leerkracht er wat leuks van maken. Toen moest het steeds leuker, effectiever, speelser, makkelijker enzovoort. Uitgeverijen probeerden elkaar te overtroeven om maar klanten te krijgen. Vergeet niet, het zijn bedrijven met een winstoogmerk. Zij tonen niet aan dat iets werkelijk werkt, maar pretenderen wel dat hun methode de beste aanpak biedt. Ze weten het ook goed te presenteren. Helaas zien wij dat kinderen de essentie van het rekenen niet meer met samenhang krijgen aangeleerd, waardoor ze eigenlijk een enorme trukendoos vullen waaruit ze een oplossingsstrategie halen die hopelijk werkt. De eenvoud van het rekenen is niet meer helder, het gereedschap is niet geautomatiseerd en de kinderen snappen er onvoldoende van.

Hoe hebben wij besloten dit zo aan te pakken? Dat heeft alles te maken met onze achtergrond. Anneke, van oorsprong logopedist, heeft jarenlang ervaring als Remedial Teacher, van dyslexie tot rekenproblematiek. Vervolgens heeft zij enige jaren gewerkt als rekendocent bij een groot rekeninstituut. Van daaruit heeft zij een eigen rekencursus ontwikkeld. Carin, van oorsprong leerkracht/docent, heeft in Engeland rekenen moeten vormgeven. Engeland kent geen lesmethodes, alleen een curriculum. Scholen maken in principe hun eigen onderwijs en rekenen is nog steeds een probleem. Ze gebruiken meerdere systemen naast elkaar en snappen niet veel van het decimale stelsel. Mensen meten en wegen nog steeds in pounds, ounces, stones, feet, inches en mijlen. De uitdaging was om het zo vorm te geven dat het werkbaar en begrijpelijk werd voor iedereen: de leerlingen én de lesgevenden. Allereerst op de eigen school, maar ook binnen de samenwerkingscluster. Dit was de start van deze leerlijn en het was succesvol. Kinderen pakten het op alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en volwassenen konden aanhaken vanuit hun kennis en ervaring.

Wij pretenderen niet dat wij de enige manier naar beter onderwijs kunnen bieden. Wél denken we dat het een belangrijke bijdrage kan leveren tot een succesvollere rekentoekomst voor heel veel kinderen. Om die reden willen wij zo snel mogelijk een grotere groep mensen bereiken. De nood is hoog en deze methode kan uitkomst bieden. Niet alleen op korte termijn, maar juist ook op lange termijn. Dat vraagt lef, want de bestaande methode wordt niet leidend, maar een zijdelings hulpmiddel. Leerkrachten moeten in eerste instantie flink aan het werk om het lesaanbod aan te passen, maar op termijn is het de moeite waard.

Coördinatoren zouden in scholen met lef het mandaat moeten krijgen de boel echt om te gooien, rigoureus. Wij zijn bereid groepen coördinatoren hierin te begeleiden. Voor scholen in de regio kunnen we de hele school begeleiden. Deze begeleiding omvat het bijspijkeren van groepen, implementeren van de leerlijn en de nodige individuele begeleiding. Hopelijk kunt u hier iets mee en is het mogelijk eens serieus te kijken naar deze optie.

Carin Paap    06-39424630

Anneke van Proosdij   06-54962039 www.maram-onderwijs.nl

+

Epigenetica: bouwstenen van belang

Epigenetica: bouwstenen van belang

Bouwstenen, wat zijn dat eigenlijk? Als we naar ons lichaam kijken is voor elke cel in ieder geval vet en eiwit nodig. Daarnaast wat hulpmiddelen om het in elkaar te zetten, stevigheid te bieden en te laten functioneren. En natuurlijk water, alles bevat veel water. Wat nu als we niet genoeg, of niet de juiste bouwstenen binnenkrijgen? Tja, dan moet het dus anders. We kunnen iets gebruiken wat er een beetje op lijkt, of van iets een beetje minder gebruiken. Vergelijk het maar met het bouwen van een muurtje. Daar zijn bakstenen en specie bij nodig. Wanneer er niet genoeg stenen zijn, of de stenen hebben niet allemaal de juiste vorm, dan kun je nog best een muurtje bouwen. Misschien heb je nog wat anders liggen om de ontbrekende stenen aan te vullen, een paar straatklinkers bijvoorbeeld, of smeer je wat extra specie. De vraag is nu: wordt het wel helemaal zoals het was gepland?

Naast stenen heb je ook specie nodig, een mengsel van zand, cement en water. Wat nu als je wat cement tekort komt, kun je dan nog specie maken? Ja hoor, dat lukt best, maar het plakt misschien wat minder, wordt misschien wat minder stevig en gaat in de praktijk wat minder lang mee. Is dit volgens plan? In beide gevallen is het antwoord nee, maar hier geldt ook ‘iets is beter dan niets’ en ‘je moet toch wat’. Ons lijf wil in de race blijven, dus gaat creatief aan de slag. Handiger is misschien de juiste bouwstenen te kiezen en die aan te vullen met voldoende hulpstoffen. Tip: zorg voor goede bouwstenen, dan wordt je beloond met een gezonder lichaam. Onbewerkte grondstoffen aangevuld met een multivitamine. Daarmee bouwt u aan uw gezondheid. Succes!

foto: Photo via Photostockeditor

+

Epigenetica: darmflora verbeteren

Epigenetica: darmflora verbeteren

Weet u het nog? Wij hebben onze darmflora nodig. Zij verzetten veel werk en wij gebruiken de daarbij vrijkomende stoffen voor ons eigen lichaam. Is het dan genoeg om er pure, natuurlijke voeding in te stoppen? Helaas, vaak niet. Ons westerse voedingspatroon zorgt voor veel verstoring. Als de boel verstoord is, kan het nodig zijn dit bij te regelen. Een goede verhouding en kwaliteit van de bacteriën is niet vanzelf aanwezig. Gelukkig is daar veel aan te doen. We kunnen probiotica gebruiken om het systeem te voorzien van de juiste bacteriën, gevolgd door goede voeding om de bacteriën te voeden. Probiotica, in de vorm van een gedroogd mengsel (poeder of capsule) of een goede yoghurt (eventueel zelfgemaakt) hoort vooraf te gaan aan de maaltijd. Dan kan het snel door de lege maag heen, zakt het levend de darmen in en ligt het hongerig klaar voor wat er komt: onze maaltijd. Maakt het uit wat voor bacteriën we gebruiken? Jazeker, het liefst een zo breed mogelijk pakket. Er is veel aandacht voor Lactobacillus en Acidophilus, maar er zijn er meer. Bij de drogist en online zijn diverse producten te koop met meerdere stammen. Deze zijn zo te gebruiken, maar voor de experimentele ontdekkingsreizigers onder ons kunnen ze ook als startercultuur voor yoghurt gebruikt worden. Maaltijd-tip: om de bacteriën zo goed mogelijk in balans te houden zouden er zo min mogelijk koolhydraten langs moeten komen. Koolhydraten, die zitten in dingen als graan en aardappels, maar de grootste verstoorder is suiker, in al zijn geraffineerde vormen. Wees een goede gastheer en vermijd dit zoveel mogelijk. Succes!

+

Epigenetica, de mens als parasiet

Heeft u er wel eens over nagedacht dat wij, de mens, parasiteren op onze darmbacteriën? Misschien een vreemde, nieuwe gedachte, maar toch is het zo. Onze darmflora, dus het geheel aan bacteriën in onze darmen, zorgt grotendeels voor onze vertering. Zij knippen al die brokken die uit onze maag doorzakken tot opneembare bouwstenen en hulpstoffen. Stoffen die wij hard nodig hebben voor ons eigen onderhoud en herstel. Daarnaast maken zij ook een aantal nuttige vitamines en hormonen. Natuurlijk doen wij zelf ook wel wat. We stoppen ons eten erin, kauwen het (hopelijk) heel goed en knippen het in de maag in verteerbare stukken met behulp van ons maagzuur. Ondertussen maken we verteringsenzymen, gal en bicarbonaat aan, zodat het direct na het verlaten van de maag gemengd kan worden tot een voor de bacteriën fijne maaltijd. Maar de rest doen zij. Misschien is het tijd om eens na te denken over het belang van een goede balans in deze binnenwereld, de noodzaak om ze dat te geven waarmee ze het beste kunnen groeien. En natuurlijk niet dat wat hen verstoort. Een samenwerking tussen ons, de mens, en ons innerlijke wereldje, de darmflora, komt niet alleen hen ten goede, maar juist ook onszelf. We worden fitter, gezonder, gelukkiger en leven wellicht langer met een betere gezondheid. De tip voor vandaag: hoe meer fabriek een voedingsmiddel heeft gezien, hoe minder goed het is voor onze inwendige bewoners, en dus ook voor ons. Succes met het maken van een gezonde keus.

foto: Designed by Brgfx